Spoor- en tramwegwatertorens

Lage Zwaluwe 1883. Foto: West Brabants Archief
De grootschalige toepassing van watertorens in ons land begon met de spoor- en tramwegwatertorens. Die waren belangrijk om de watertanks van stoomlocomotieven snel te kunnen vullen. Ze werden vanaf de jaren 1860 in groten getale gebouwd langs het snel uitbreidende spoor- en tramweg netwerk. Ze stonden voornamelijk bij stations en locomotiefloodsen. De torentjes waren in de regel vrij klein met een hoogte van rond de 15 meter en de reservoirs hadden een bescheiden inhoud. Het is een voetnoot in de spoorwegarchitectuur waarin de aandacht uitging naar de stations. Na de elektrificatie van het spoorwegnet werd in 1958 afscheid genomen van de stoomlocomotief voor het reguliere reizigersvervoer. De spoorwegwatertorens zijn daarna op een tiental na allemaal verdwenen uit het landschap. Er is betrekkelijk weinig over bekend. Mede dankzij speurwerk van onze collega Bert Booden en de verbeterde ontsluiting van historisch materiaal via het internet hebben we in het afgelopen jaar een flink aantal spoorwegwatertorens toegevoegd aan onze website. De collectie is echter verre van compleet. De introductie van drinkwatertorens liep zo’n 10 jaar achter op de spoorwegtorens.

Weesp 1874. Tekening: collectie tekeningen Infrastructuur NS